PASSO DA QUI
NL.png komen

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • komen

O.t.t. (Present)

  • kwam
  • kwam
  • kwam
  • kwam
  • kwamen
  • kwamen
  • kwamen
 

O.v.t. (Past)

  • zal komen
  • zult komen
  • zal komen
  • zult komen
  • zult komen
  • zullen komen
  • zullen komen

O.t.t.t. (Future)

  • was gekomen
  • was gekomen
  • was gekomen
  • was gekomen
  • waren gekomen
  • waren gekomen
  • waren gekomen
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • ben gekomen
  • bent gekomen
  • is gekomen
  • bent gekomen
  • zijn gekomen
  • zijn gekomen
  • zijn gekomen

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gekomen zijn
  • zult gekomen zijn
  • zal gekomen zijn
  • zult gekomen zijn
  • zult gekomen zijn
  • zullen gekomen zijn
  • zullen gekomen zijn
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gekomen zijn
  • zou gekomen zijn
  • zou gekomen zijn
  • zou gekomen zijn
  • zouden gekomen zijn
  • zouden gekomen zijn
  • zouden gekomen zijn

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • *
  •  

O.v.t. (Past)

  • *
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • *
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • *
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • *
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • *
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • *
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • *
  •