PASSO DA QUI
NL.png masseren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • masseren

O.t.t. (Present)

  • masseerde
  • masseerde
  • masseerde
  • masseerde
  • masseerden
  • masseerden
  • masseerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal masseren
  • zult masseren
  • zal masseren
  • zult masseren
  • zult masseren
  • zullen masseren
  • zullen masseren

O.t.t.t. (Future)

  • had gemasseerd
  • had gemasseerd
  • had gemasseerd
  • had gemasseerd
  • hadden gemasseerd
  • hadden gemasseerd
  • hadden gemasseerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gemasseerd
  • hebt gemasseerd
  • heeft gemasseerd
  • hebt gemasseerd
  • hebben gemasseerd
  • hebben gemasseerd
  • hebben gemasseerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gemasseerd hebben
  • zult gemasseerd hebben
  • zal gemasseerd hebben
  • zult gemasseerd hebben
  • zult gemasseerd hebben
  • zullen gemasseerd hebben
  • zullen gemasseerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gemasseerd hebben
  • zou gemasseerd hebben
  • zou gemasseerd hebben
  • zou gemasseerd hebben
  • zouden gemasseerd hebben
  • zouden gemasseerd hebben
  • zouden gemasseerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gemasseerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gemasseerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gemasseerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gemasseerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gemasseerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gemasseerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gemasseerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gemasseerd zijn
  •