PASSO DA QUI
NL.png marginaliseren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • marginaliseren

O.t.t. (Present)

  • marginaliseerde
  • marginaliseerde
  • marginaliseerde
  • marginaliseerde
  • marginaliseerden
  • marginaliseerden
  • marginaliseerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal marginaliseren
  • zult marginaliseren
  • zal marginaliseren
  • zult marginaliseren
  • zult marginaliseren
  • zullen marginaliseren
  • zullen marginaliseren

O.t.t.t. (Future)

  • had gemarginaliseerd
  • had gemarginaliseerd
  • had gemarginaliseerd
  • had gemarginaliseerd
  • hadden gemarginaliseerd
  • hadden gemarginaliseerd
  • hadden gemarginaliseerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gemarginaliseerd
  • hebt gemarginaliseerd
  • heeft gemarginaliseerd
  • hebt gemarginaliseerd
  • hebben gemarginaliseerd
  • hebben gemarginaliseerd
  • hebben gemarginaliseerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gemarginaliseerd hebben
  • zult gemarginaliseerd hebben
  • zal gemarginaliseerd hebben
  • zult gemarginaliseerd hebben
  • zult gemarginaliseerd hebben
  • zullen gemarginaliseerd hebben
  • zullen gemarginaliseerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gemarginaliseerd hebben
  • zou gemarginaliseerd hebben
  • zou gemarginaliseerd hebben
  • zou gemarginaliseerd hebben
  • zouden gemarginaliseerd hebben
  • zouden gemarginaliseerd hebben
  • zouden gemarginaliseerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gemarginaliseerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gemarginaliseerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gemarginaliseerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gemarginaliseerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gemarginaliseerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gemarginaliseerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gemarginaliseerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gemarginaliseerd zijn
  •