PASSO DA QUI
NL.png ledigen

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • ledigen

O.t.t. (Present)

  • ledigde
  • ledigde
  • ledigde
  • ledigde
  • ledigden
  • ledigden
  • ledigden
 

O.v.t. (Past)

  • zal ledigen
  • zult ledigen
  • zal ledigen
  • zult ledigen
  • zult ledigen
  • zullen ledigen
  • zullen ledigen

O.t.t.t. (Future)

  • had geledigd
  • had geledigd
  • had geledigd
  • had geledigd
  • hadden geledigd
  • hadden geledigd
  • hadden geledigd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb geledigd
  • hebt geledigd
  • heeft geledigd
  • hebt geledigd
  • hebben geledigd
  • hebben geledigd
  • hebben geledigd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal geledigd hebben
  • zult geledigd hebben
  • zal geledigd hebben
  • zult geledigd hebben
  • zult geledigd hebben
  • zullen geledigd hebben
  • zullen geledigd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou geledigd hebben
  • zou geledigd hebben
  • zou geledigd hebben
  • zou geledigd hebben
  • zouden geledigd hebben
  • zouden geledigd hebben
  • zouden geledigd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • *
  •  

O.v.t. (Past)

  • *
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • *
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • *
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • *
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • *
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • *
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • *
  •