PASSO DA QUI
NL.png latiniseren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • latiniseren

O.t.t. (Present)

  • latiniseerde
  • latiniseerde
  • latiniseerde
  • latiniseerde
  • latiniseerden
  • latiniseerden
  • latiniseerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal latiniseren
  • zult latiniseren
  • zal latiniseren
  • zult latiniseren
  • zult latiniseren
  • zullen latiniseren
  • zullen latiniseren

O.t.t.t. (Future)

  • had gelatiniseerd
  • had gelatiniseerd
  • had gelatiniseerd
  • had gelatiniseerd
  • hadden gelatiniseerd
  • hadden gelatiniseerd
  • hadden gelatiniseerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gelatiniseerd
  • hebt gelatiniseerd
  • heeft gelatiniseerd
  • hebt gelatiniseerd
  • hebben gelatiniseerd
  • hebben gelatiniseerd
  • hebben gelatiniseerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gelatiniseerd hebben
  • zult gelatiniseerd hebben
  • zal gelatiniseerd hebben
  • zult gelatiniseerd hebben
  • zult gelatiniseerd hebben
  • zullen gelatiniseerd hebben
  • zullen gelatiniseerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gelatiniseerd hebben
  • zou gelatiniseerd hebben
  • zou gelatiniseerd hebben
  • zou gelatiniseerd hebben
  • zouden gelatiniseerd hebben
  • zouden gelatiniseerd hebben
  • zouden gelatiniseerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gelatiniseerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gelatiniseerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gelatiniseerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gelatiniseerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gelatiniseerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gelatiniseerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gelatiniseerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gelatiniseerd zijn
  •