PASSO DA QUI
NL.png lakken

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • lakken

O.t.t. (Present)

  • lakte
  • lakte
  • lakte
  • lakte
  • lakten
  • lakten
  • lakten
 

O.v.t. (Past)

  • zal lakken
  • zult lakken
  • zal lakken
  • zult lakken
  • zult lakken
  • zullen lakken
  • zullen lakken

O.t.t.t. (Future)

  • had gelakt
  • had gelakt
  • had gelakt
  • had gelakt
  • hadden gelakt
  • hadden gelakt
  • hadden gelakt
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gelakt
  • hebt gelakt
  • heeft gelakt
  • hebt gelakt
  • hebben gelakt
  • hebben gelakt
  • hebben gelakt

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gelakt hebben
  • zult gelakt hebben
  • zal gelakt hebben
  • zult gelakt hebben
  • zult gelakt hebben
  • zullen gelakt hebben
  • zullen gelakt hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gelakt hebben
  • zou gelakt hebben
  • zou gelakt hebben
  • zou gelakt hebben
  • zouden gelakt hebben
  • zouden gelakt hebben
  • zouden gelakt hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gelakt
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gelakt
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gelakt worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gelakt worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gelakt
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gelakt
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gelakt zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gelakt zijn
  •