PASSO DA QUI
NL.png kosteren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • kosteren

O.t.t. (Present)

  • kosterde
  • kosterde
  • kosterde
  • kosterde
  • kosterden
  • kosterden
  • kosterden
 

O.v.t. (Past)

  • zal kosteren
  • zult kosteren
  • zal kosteren
  • zult kosteren
  • zult kosteren
  • zullen kosteren
  • zullen kosteren

O.t.t.t. (Future)

  • had gekosterd
  • had gekosterd
  • had gekosterd
  • had gekosterd
  • hadden gekosterd
  • hadden gekosterd
  • hadden gekosterd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gekosterd
  • hebt gekosterd
  • heeft gekosterd
  • hebt gekosterd
  • hebben gekosterd
  • hebben gekosterd
  • hebben gekosterd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gekosterd hebben
  • zult gekosterd hebben
  • zal gekosterd hebben
  • zult gekosterd hebben
  • zult gekosterd hebben
  • zullen gekosterd hebben
  • zullen gekosterd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gekosterd hebben
  • zou gekosterd hebben
  • zou gekosterd hebben
  • zou gekosterd hebben
  • zouden gekosterd hebben
  • zouden gekosterd hebben
  • zouden gekosterd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • *
  •  

O.v.t. (Past)

  • *
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • *
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • *
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • *
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • *
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • *
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • *
  •