PASSO DA QUI
NL.png koeioneren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • koeioneren

O.t.t. (Present)

  • koeioneerde
  • koeioneerde
  • koeioneerde
  • koeioneerde
  • koeioneerden
  • koeioneerden
  • koeioneerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal koeioneren
  • zult koeioneren
  • zal koeioneren
  • zult koeioneren
  • zult koeioneren
  • zullen koeioneren
  • zullen koeioneren

O.t.t.t. (Future)

  • had gekoeioneerd
  • had gekoeioneerd
  • had gekoeioneerd
  • had gekoeioneerd
  • hadden gekoeioneerd
  • hadden gekoeioneerd
  • hadden gekoeioneerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gekoeioneerd
  • hebt gekoeioneerd
  • heeft gekoeioneerd
  • hebt gekoeioneerd
  • hebben gekoeioneerd
  • hebben gekoeioneerd
  • hebben gekoeioneerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gekoeioneerd hebben
  • zult gekoeioneerd hebben
  • zal gekoeioneerd hebben
  • zult gekoeioneerd hebben
  • zult gekoeioneerd hebben
  • zullen gekoeioneerd hebben
  • zullen gekoeioneerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gekoeioneerd hebben
  • zou gekoeioneerd hebben
  • zou gekoeioneerd hebben
  • zou gekoeioneerd hebben
  • zouden gekoeioneerd hebben
  • zouden gekoeioneerd hebben
  • zouden gekoeioneerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gekoeioneerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gekoeioneerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gekoeioneerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gekoeioneerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gekoeioneerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gekoeioneerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gekoeioneerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gekoeioneerd zijn
  •