PASSO DA QUI
NL.png kazematteren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • kazematteren

O.t.t. (Present)

  • kazematteerde
  • kazematteerde
  • kazematteerde
  • kazematteerde
  • kazematteerden
  • kazematteerden
  • kazematteerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal kazematteren
  • zult kazematteren
  • zal kazematteren
  • zult kazematteren
  • zult kazematteren
  • zullen kazematteren
  • zullen kazematteren

O.t.t.t. (Future)

  • had gekazematteerd
  • had gekazematteerd
  • had gekazematteerd
  • had gekazematteerd
  • hadden gekazematteerd
  • hadden gekazematteerd
  • hadden gekazematteerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gekazematteerd
  • hebt gekazematteerd
  • heeft gekazematteerd
  • hebt gekazematteerd
  • hebben gekazematteerd
  • hebben gekazematteerd
  • hebben gekazematteerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gekazematteerd hebben
  • zult gekazematteerd hebben
  • zal gekazematteerd hebben
  • zult gekazematteerd hebben
  • zult gekazematteerd hebben
  • zullen gekazematteerd hebben
  • zullen gekazematteerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gekazematteerd hebben
  • zou gekazematteerd hebben
  • zou gekazematteerd hebben
  • zou gekazematteerd hebben
  • zouden gekazematteerd hebben
  • zouden gekazematteerd hebben
  • zouden gekazematteerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gekazematteerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gekazematteerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gekazematteerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gekazematteerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gekazematteerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gekazematteerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gekazematteerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gekazematteerd zijn
  •