PASSO DA QUI
NL.png katten

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • katten

O.t.t. (Present)

  • katte
  • katte
  • katte
  • katte
  • katten
  • katten
  • katten
 

O.v.t. (Past)

  • zal katten
  • zult katten
  • zal katten
  • zult katten
  • zult katten
  • zullen katten
  • zullen katten

O.t.t.t. (Future)

  • had gekat
  • had gekat
  • had gekat
  • had gekat
  • hadden gekat
  • hadden gekat
  • hadden gekat
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gekat
  • hebt gekat
  • heeft gekat
  • hebt gekat
  • hebben gekat
  • hebben gekat
  • hebben gekat

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gekat hebben
  • zult gekat hebben
  • zal gekat hebben
  • zult gekat hebben
  • zult gekat hebben
  • zullen gekat hebben
  • zullen gekat hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gekat hebben
  • zou gekat hebben
  • zou gekat hebben
  • zou gekat hebben
  • zouden gekat hebben
  • zouden gekat hebben
  • zouden gekat hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gekat
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gekat
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gekat worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gekat worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gekat
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gekat
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gekat zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gekat zijn
  •