PASSO DA QUI
NL.png kadreren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • kadreren

O.t.t. (Present)

  • kadreerde
  • kadreerde
  • kadreerde
  • kadreerde
  • kadreerden
  • kadreerden
  • kadreerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal kadreren
  • zult kadreren
  • zal kadreren
  • zult kadreren
  • zult kadreren
  • zullen kadreren
  • zullen kadreren

O.t.t.t. (Future)

  • had gekadreerd
  • had gekadreerd
  • had gekadreerd
  • had gekadreerd
  • hadden gekadreerd
  • hadden gekadreerd
  • hadden gekadreerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gekadreerd
  • hebt gekadreerd
  • heeft gekadreerd
  • hebt gekadreerd
  • hebben gekadreerd
  • hebben gekadreerd
  • hebben gekadreerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gekadreerd hebben
  • zult gekadreerd hebben
  • zal gekadreerd hebben
  • zult gekadreerd hebben
  • zult gekadreerd hebben
  • zullen gekadreerd hebben
  • zullen gekadreerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gekadreerd hebben
  • zou gekadreerd hebben
  • zou gekadreerd hebben
  • zou gekadreerd hebben
  • zouden gekadreerd hebben
  • zouden gekadreerd hebben
  • zouden gekadreerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gekadreerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gekadreerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gekadreerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gekadreerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gekadreerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gekadreerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gekadreerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gekadreerd zijn
  •