PASSO DA QUI
NL.png desacraliseren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • desacraliseren

O.t.t. (Present)

  • desacraliseerde
  • desacraliseerde
  • desacraliseerde
  • desacraliseerde
  • desacraliseerden
  • desacraliseerden
  • desacraliseerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal desacraliseren
  • zult desacraliseren
  • zal desacraliseren
  • zult desacraliseren
  • zult desacraliseren
  • zullen desacraliseren
  • zullen desacraliseren

O.t.t.t. (Future)

  • had gedesacraliseerd
  • had gedesacraliseerd
  • had gedesacraliseerd
  • had gedesacraliseerd
  • hadden gedesacraliseerd
  • hadden gedesacraliseerd
  • hadden gedesacraliseerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gedesacraliseerd
  • hebt gedesacraliseerd
  • heeft gedesacraliseerd
  • hebt gedesacraliseerd
  • hebben gedesacraliseerd
  • hebben gedesacraliseerd
  • hebben gedesacraliseerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gedesacraliseerd hebben
  • zult gedesacraliseerd hebben
  • zal gedesacraliseerd hebben
  • zult gedesacraliseerd hebben
  • zult gedesacraliseerd hebben
  • zullen gedesacraliseerd hebben
  • zullen gedesacraliseerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gedesacraliseerd hebben
  • zou gedesacraliseerd hebben
  • zou gedesacraliseerd hebben
  • zou gedesacraliseerd hebben
  • zouden gedesacraliseerd hebben
  • zouden gedesacraliseerd hebben
  • zouden gedesacraliseerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gedesacraliseerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gedesacraliseerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gedesacraliseerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gedesacraliseerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gedesacraliseerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gedesacraliseerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gedesacraliseerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gedesacraliseerd zijn
  •