PASSO DA QUI
NL.png demagnetiseren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • demagnetiseren

O.t.t. (Present)

  • demagnetiseerde
  • demagnetiseerde
  • demagnetiseerde
  • demagnetiseerde
  • demagnetiseerden
  • demagnetiseerden
  • demagnetiseerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal demagnetiseren
  • zult demagnetiseren
  • zal demagnetiseren
  • zult demagnetiseren
  • zult demagnetiseren
  • zullen demagnetiseren
  • zullen demagnetiseren

O.t.t.t. (Future)

  • had gedemagnetiseerd
  • had gedemagnetiseerd
  • had gedemagnetiseerd
  • had gedemagnetiseerd
  • hadden gedemagnetiseerd
  • hadden gedemagnetiseerd
  • hadden gedemagnetiseerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gedemagnetiseerd
  • hebt gedemagnetiseerd
  • heeft gedemagnetiseerd
  • hebt gedemagnetiseerd
  • hebben gedemagnetiseerd
  • hebben gedemagnetiseerd
  • hebben gedemagnetiseerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gedemagnetiseerd hebben
  • zult gedemagnetiseerd hebben
  • zal gedemagnetiseerd hebben
  • zult gedemagnetiseerd hebben
  • zult gedemagnetiseerd hebben
  • zullen gedemagnetiseerd hebben
  • zullen gedemagnetiseerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gedemagnetiseerd hebben
  • zou gedemagnetiseerd hebben
  • zou gedemagnetiseerd hebben
  • zou gedemagnetiseerd hebben
  • zouden gedemagnetiseerd hebben
  • zouden gedemagnetiseerd hebben
  • zouden gedemagnetiseerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gedemagnetiseerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gedemagnetiseerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gedemagnetiseerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gedemagnetiseerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gedemagnetiseerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gedemagnetiseerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gedemagnetiseerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gedemagnetiseerd zijn
  •