PASSO DA QUI
NL.png dedicaceren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • dedicaceren

O.t.t. (Present)

  • dedicaceerde
  • dedicaceerde
  • dedicaceerde
  • dedicaceerde
  • dedicaceerden
  • dedicaceerden
  • dedicaceerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal dedicaceren
  • zult dedicaceren
  • zal dedicaceren
  • zult dedicaceren
  • zult dedicaceren
  • zullen dedicaceren
  • zullen dedicaceren

O.t.t.t. (Future)

  • had gededicaceerd
  • had gededicaceerd
  • had gededicaceerd
  • had gededicaceerd
  • hadden gededicaceerd
  • hadden gededicaceerd
  • hadden gededicaceerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gededicaceerd
  • hebt gededicaceerd
  • heeft gededicaceerd
  • hebt gededicaceerd
  • hebben gededicaceerd
  • hebben gededicaceerd
  • hebben gededicaceerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gededicaceerd hebben
  • zult gededicaceerd hebben
  • zal gededicaceerd hebben
  • zult gededicaceerd hebben
  • zult gededicaceerd hebben
  • zullen gededicaceerd hebben
  • zullen gededicaceerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gededicaceerd hebben
  • zou gededicaceerd hebben
  • zou gededicaceerd hebben
  • zou gededicaceerd hebben
  • zouden gededicaceerd hebben
  • zouden gededicaceerd hebben
  • zouden gededicaceerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gededicaceerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gededicaceerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gededicaceerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gededicaceerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gededicaceerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gededicaceerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gededicaceerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gededicaceerd zijn
  •