PASSO DA QUI
NL.png declineren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • declineren

O.t.t. (Present)

  • declineerde
  • declineerde
  • declineerde
  • declineerde
  • declineerden
  • declineerden
  • declineerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal declineren
  • zult declineren
  • zal declineren
  • zult declineren
  • zult declineren
  • zullen declineren
  • zullen declineren

O.t.t.t. (Future)

  • had gedeclineerd
  • had gedeclineerd
  • had gedeclineerd
  • had gedeclineerd
  • hadden gedeclineerd
  • hadden gedeclineerd
  • hadden gedeclineerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gedeclineerd
  • hebt gedeclineerd
  • heeft gedeclineerd
  • hebt gedeclineerd
  • hebben gedeclineerd
  • hebben gedeclineerd
  • hebben gedeclineerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gedeclineerd hebben
  • zult gedeclineerd hebben
  • zal gedeclineerd hebben
  • zult gedeclineerd hebben
  • zult gedeclineerd hebben
  • zullen gedeclineerd hebben
  • zullen gedeclineerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gedeclineerd hebben
  • zou gedeclineerd hebben
  • zou gedeclineerd hebben
  • zou gedeclineerd hebben
  • zouden gedeclineerd hebben
  • zouden gedeclineerd hebben
  • zouden gedeclineerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gedeclineerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gedeclineerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gedeclineerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gedeclineerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gedeclineerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gedeclineerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gedeclineerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gedeclineerd zijn
  •