PASSO DA QUI
NL.png decentraliseren

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • decentraliseren

O.t.t. (Present)

  • decentraliseerde
  • decentraliseerde
  • decentraliseerde
  • decentraliseerde
  • decentraliseerden
  • decentraliseerden
  • decentraliseerden
 

O.v.t. (Past)

  • zal decentraliseren
  • zult decentraliseren
  • zal decentraliseren
  • zult decentraliseren
  • zult decentraliseren
  • zullen decentraliseren
  • zullen decentraliseren

O.t.t.t. (Future)

  • had gedecentraliseerd
  • had gedecentraliseerd
  • had gedecentraliseerd
  • had gedecentraliseerd
  • hadden gedecentraliseerd
  • hadden gedecentraliseerd
  • hadden gedecentraliseerd
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb gedecentraliseerd
  • hebt gedecentraliseerd
  • heeft gedecentraliseerd
  • hebt gedecentraliseerd
  • hebben gedecentraliseerd
  • hebben gedecentraliseerd
  • hebben gedecentraliseerd

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal gedecentraliseerd hebben
  • zult gedecentraliseerd hebben
  • zal gedecentraliseerd hebben
  • zult gedecentraliseerd hebben
  • zult gedecentraliseerd hebben
  • zullen gedecentraliseerd hebben
  • zullen gedecentraliseerd hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou gedecentraliseerd hebben
  • zou gedecentraliseerd hebben
  • zou gedecentraliseerd hebben
  • zou gedecentraliseerd hebben
  • zouden gedecentraliseerd hebben
  • zouden gedecentraliseerd hebben
  • zouden gedecentraliseerd hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden gedecentraliseerd
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden gedecentraliseerd
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen gedecentraliseerd worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden gedecentraliseerd worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn gedecentraliseerd
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was gedecentraliseerd
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen gedecentraliseerd zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden gedecentraliseerd zijn
  •