PASSO DA QUI
NL.png aandienen

INDICATIVE ACTIVE

Infinitive

  • aandienen

O.t.t. (Present)

  • diende aan
  • diende aan
  • diende aan
  • diende aan
  • dienden aan
  • dienden aan
  • dienden aan
 

O.v.t. (Past)

  • zal aandienen
  • zult aandienen
  • zal aandienen
  • zult aandienen
  • zult aandienen
  • zullen aandienen
  • zullen aandienen

O.t.t.t. (Future)

  • had aangediend
  • had aangediend
  • had aangediend
  • had aangediend
  • hadden aangediend
  • hadden aangediend
  • hadden aangediend
 

O.v.t.t. (Condicional)

  • heb aangediend
  • hebt aangediend
  • heeft aangediend
  • hebt aangediend
  • hebben aangediend
  • hebben aangediend
  • hebben aangediend

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zal aangediend hebben
  • zult aangediend hebben
  • zal aangediend hebben
  • zult aangediend hebben
  • zult aangediend hebben
  • zullen aangediend hebben
  • zullen aangediend hebben
 

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zou aangediend hebben
  • zou aangediend hebben
  • zou aangediend hebben
  • zou aangediend hebben
  • zouden aangediend hebben
  • zouden aangediend hebben
  • zouden aangediend hebben

LIJDENDE VORM (SYNOPSIS)

O.t.t. (Present)

  • worden aangediend
  •  

O.v.t. (Past)

  • worden aangediend
  •  
 

O.t.t.t. (Future)

  • zullen aangediend worden
  •  

O.v.t.t. (Condicional)

  • zouden aangediend worden
  •  
 

V.t.t. (Present Perfect)

  • zijn aangediend
  •  

V.v.t. (Past Perfect)

  • was aangediend
  •  
 

V.t.t.t. (Future Perfect)

  • zullen aangediend zijn
  •  

v.v.t.t. (Conditional Perfect)

  • zouden aangediend zijn
  •